BEGRIPPENLIJST

/Begrippenlijst
Begrippenlijst2018-12-03T13:51:53+00:00

Audioboard: een billboard op de radio, vaak 5 of 10 seconden, waar het product duidelijk benoemd wordt

Basisjaarprijs: afhankelijk van bestedingsaandeel en hoogte van het budget

Budget: een bepaald bedrag dat ingezet mag worden voor de campagne

Billboard: een korte TV-spot, vaak van 5 of 10 seconden, waar het product duidelijk in beeld komt; een sponsorvermelding voor en na een programma. Vaak inclusief de zin  “Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door..”

(Inkoop) doelgroep: een subgroep van de populatie ingedeeld op achtergrondkenmerken zoals leeftijd, geslacht en sociale klasse (bijv. de doelgroepen 25-54 jaar, boodschappers+kind)

Doelgroepindex: hoe makkelijk de doelgroep te bereiken is; hoe moeilijker, des te hoger de index – wordt per exploitant bepaald

Evaluatie: nagaan of de campagne de doelstelling heeft behaald of niet

Exploitant: waar het medium zichtbaar wordt gemaakt, bijvoorbeeld RTL of  het Parool

Exposure: blootstelling

Gross rating point (GRP): kijkdichtheid binnen de doelgroep. 1 GRP = 1% van de doelgroep die je 1 keer bereikt.

Gemiddelde contact frequentie (GCF): het gemiddeld aantal keren dat de bereikte personen binnen de doelgroep de spot hebben gezien/gehoord

Kijkdichtheid: het gemiddeld percentage kijkers binnen de doelgroep gedurende het programma

Maandindex: elke maand heeft een eigen prijs; januari is bijvoorbeeld goedkoper dan oktober – staat vast

Marktindex: wordt bepaald door de zenders en hangt af van vraag en aanbod- wordt per maand bepaald en valt tussen de 90 en 110

Marktaandeel: het percentage van het totaal aantal personen dat TV kijkt in een doelgroep

Medialandschap: adverteren kan op de volgende vijf media: TV, print, online, out-of-home en radio

Netto bereik/1+ bereik: het percentage personen binnen de doelgroep die (na de campagne) minimaal 1 keer geconfronteerd is met de commercial/billboard

Out-of-home (OOH): posters, snelwegmasten, abri’s

Pakketindex: hoe meer sturingmogelijkheden naar bepaalde blokken, des te hoger de index- wordt bepaald per zender

Spot: een TV- of radiospot, meestal van 15 tot 30 seconden

Spotlengte-index: een generieke index die tussen de 40 (5 sec) en 180 (60 sec) fluctueert – wordt bepaald per zender